dinsdag 26 juni 2007

Nederland wijst de weg.


Waar is de tijd dat wij het opnamen voor de hollanders. Zij hadden immers hun woonwetgeving, hun drugsbeleid, hun openheid. Alles kan, niets moet! In ethisch opzicht waren zij gewoon de leiders van Europa, die wij dikwijls verdedigden tegen Vlamingen uit "le plat pays".
Dit tijd is nu voorbij. Kijk maar eens wat voor rare berichten er uit het Gidsland komen. Censuur! Marc de Bel brengt een boekje uit in Nederland en Vlaanderen onder de titel "Alien" (woordspeling aliën - aline, snappie?). Dat gaat dus over een meisje dat nieuw is in een school waarvan men denkt dat ze misschien een buitenaards wezen zou kunnen zijn. Dat onderwerp is nu taboe in Nederland omdat er in de bijbel geen buitenaardse wezens voorkomen, dus bestaan ze niet. Nu ben ik zelf niet zo'n voortrekker als het gaat om het verdedigen van onze groene E.T.'s. Vliegende schotels, graancircels, Von Däniken,... ze kunnen mij collectief gestolen worden. Ik wil een serieuze boom opzetten als het gaat om het ontkennen van het bestaan van intelligente kikkers in het heelal die hier op bezoek zouden komen met hun vliegende vaat, maar dan wel om de juiste reden: omdat er niet het minste bewijs voor is en niet omdat er in de bijbel geen sprake van zou zijn.
Waar zijn ze toch met hun hoofd bij onze noorderburen? Hebben ze daar een slag van de molen gekregen? Is dit een "billen tegen elkaar"-reactie op de invoer van exotische invloeden?

zondag 24 juni 2007

De dwang van de esthetische norm.


Er zijn een aantal dingen waar ik in de verkoop maar geen vat op krijg, en die mij bovenmatig frustreren. Eén daarvan is irrationaliteit bij de klant. Ik kan er nog steeds niet goed de vinger opleggen, maar ik kan een paar voorbeelden geven.
Mevrouw wil haar houten parket blank, mat én onbeschermd houden. Een architect heeft haar hiertoe een manier van werken aan de hand gedaan: bleken met javel en droogwrijven met de dweil. Het parket slaat grijs uit, mooi! Vervolgens blijft het hout onbeschermd en wordt alleen onderhouden met zuiver water. In de gangen waar veel mensen lopen krijg je zo een grauwe vervuiling die diep in het hout kruipt (hout is onbeschermd) en loop je bovendien het hout weg! (hout is onbeschermd). Je zou dan zeggen, dat mens ziet in dat deze werkwijze niet de juiste is en gaat op zoek naar een oplossing op basis van empirische feiten. Maar NEEN! De werkwijze is de juiste want de architect heeft het zo gezegd. Een hint in de richting van een trip-trap olie en onderhoud met zeep om de vloer te beschermen wordt bijna onthaald op hysterisch gekrijs.
Deze irrationaliteit dus... Wat is dit? Ik heb gemerkt dat je het vooral tegenkomt bij mensen die bezeten zijn door een esthetische norm en hun leven hier helemaal rond inrichten. Dit ook in combinatie met een gebrek aan iq. Het gaat bovendien ook dikwijls over meer dan begoede mensen. Het vast idee geeft deze mensen een houvast waar ze niet van afwijken. Een plan dat hun de weg wijst in het duistere bos.

Nog zo'n voorbeeld is de keuze van borstels en waarvoor ze moeten dienen. Iemand heeft ergens gelezen dat een bepaalde borstel of penseel MOET gebruikt worden voor die of deze taak. Meestal is dat ook wel zo, maar vooral in de kunstbranche zijn mensen soms argwanend als een bepaalde borstel bvb te GOEDKOOP is, zelfs al voldoet hij qua haartype en vorm aan de eisen van de job. Waar is de rede hier? Waarom denkt zo iemand niet zelf na en beslist hij op basis van objectieve factoren. Ik denk wel dat ik het weet. Het is natuurlijk juist in kunst-middens dat mensen vaak beslissingen nemen op basis van hun gevoel. Dat is hun sterkste kant. Dikwijls missen ze het vermogen om veel variabelen naast elkaar te zetten en zo een afweging te maken. Dus kiezen ze een hoofdkenmerk of een oordeel van een authoriteit en dragen dit mee als plan in het donkere bos...
Ik denk dat ik een beetje te "autistisch" ben om hierin mee te kunnen.

vrijdag 22 juni 2007

donderdag 21 juni 2007

Stereo-effecten


Leuk experimentje:

Een geluidseffect in stereo. De beste manier om ze te beluisteren is met de koptelefoon, luid genoeg, zodanig dat je alle stereo nuances goed hoort.


Het eerste is een rammelend dooske stekskes en een lucifer die aangestoken wordt. Op een gegeven moment hoor je het geluid boven je hoofd en daarna achter je nek, logisch niet te verklaren met twee geluidsbronnen. Luister hier.

Het tweede is een virtuele knipbeurt. Luister hier.
Leuk he, die tekeningetjes van Jip en Janneke?

woensdag 20 juni 2007

Harry smijt zich op onze blog.


Harry postte laatst een berichtje op onze blog en nu een paar kiekjes:

"zie hier onze kroost aan u voorgesteld ! onze mario en zijn
vriendin cindy en onze dochter tanja die veel op uw zus
vera trekt vind ik.
Harry"

maandag 18 juni 2007

Taptoe...


Ik weet dat deze dag bij ons thuis altijd "taptoe" is geweest maar hier toch een ruikertje voor iemand die vandaag jarig is...
Nog vele jaartjes, mammie.

zaterdag 16 juni 2007

Memories, aflevering 9


Onze opleiding als kanonnier gebeurde onder het nodige gebrul en geschreeuw, met als gevolg dat de zin "opnieuw" niet zelden over onze hoofden tierde, ofwel "opnieuw voor X" X was een Hollander. Hij was niet honderd ten honderd, vandaar zijn stunteligheid. Hij was echter een doorn in het oog van onze wachtmeester-opleider die klein van gestalte was maar brulde als een leeuw. (Bij de artillerie noemt hij met drie strepen "wachtmeester". Bij andere zoals bij de infanterie is dat een sergeant.) Die opleiding verveelde me totaal. Ik werd azimutbediende. M.a.w.t ik moest het kanon in horizontale richting bedienen. Ik zat dan op een stoeltje aan de linkerkant van de vuurmond. Was het besturen manueel moest ik aan een dubbel wieltje de boel richten in azimuth. Indien, automatisch ging het als volgt: 90 M/m kanonnen, dus luchtafweerwapens, stonden in verbinding me een radar die de doelen opzocht, deze op hun beurt waren verbonden met de vuurleidingsposten die dan zo, electrisch, (er waren in een batterij stroomopwekkers de zogenaamde generatoren) de kanonnen richtten op hun doel. Een artilleriebataillon telde vier maal vier stukken (kanonnen) die op een rij stonden in vuurstand. Rond iedere batterij stonden vier “vierlopen“ opgesteld. Dit waren zware mitrailleurs ".50 "met vier lopen.
In augustus 1952 konden we onze opleiding waar maken en reisden we met alles erop en eraan richting "Den Helder " in Noord Holland. In een speciaal afgebakend gebied in de duinen stelden we onze stukken op. De echte schietoefeningen gebeurden als volgt. Een vliegtuig (een jachtbommenwerper “Meteor”) sleepte, op een hoogte van ca 7000 m, een soort zak voort van c.a.10m lengte. dit was dus het doelwit. Zelden troffen we raak. Terug in Longerich gekomen ging alles zijn gewone gang tot op een morgen na de gebruikelijk vlaggegroet de luitenant, hij heette Van de Buren vroeg of er iemand was die het zag zitten om schilderkarweitjes uit te voeren. Er moesten allerlei decoratieve elementen gemaakt worden om de kamers op te fleuren voor de komende bataljonfeesten. Ik was er als de kippen bij. Van toen af geen vlaggengroet meer. In een tot atelier ingerichte barak lag ons werkruimte. Ik zeg “ons” want ik kreeg het gezelschap van een schrijnwerker die met zaag en schaaf aan de slag moest. Alles gebeurde op een primitieve manier natuurlijk. Ons eerste werk bestond in het maken van schildjes om de kamers op te vrolijken. Op die schildjes werden de verschillende toestellen, in gebruik zoals kanon, vuurleidingspost, radar en zo meer, in gestyleerde stijl geschilderd. Uiteraard een werk van lange adem. Maar waarom moesten we ons haasten? En we hadden toch een bevoordeelde functie, want zoals ik al zei: ’s morgens geen vlaggegroet meer, geen oefeningen op het terrein meer. Geen vlaggegroet was altijd niet positieff. Tijdens of na het gebeuren was het al eens inspectie van ons wapen. Dit moesten wij dus niet ondergaan, dus kuisten we ons geweer niet dikwijls, met als gevolg dat ik op zekere dag in de loop van mijn schietstok keek, allemaal roestkorreltjes, en dan maar poetsen, doch het was al ingevreten. Ik had een kamergenoot magazijnier die mijn wapen omwisselde voor een ander. Had ik toen geluk zeg!!!!
In het buitenland was er ook wereldnieuws. Op 6 februari overlijdt Koning George de VI van Engeland, en wordt opgevolgd door zijn dochter ElisabethII. Op 26 juli sterft ook Evita Peron. En Dwight Eisenhower “IKE”wordt president van de U.S.A.(uit de geillustreerde geschiedenis van de 20e eeuw).
Het leven in ons bataillon:
Op een april ‘52 waren we dus in onze eenheid aangekomen. Elf weken duurde het om een eerste maal met verlof te komen. Er werd ons dan een verlof van elf dagen gegund. Onze soldij bedroeg tien belgische frank, maar dat werd verhoogd met 10 bfr. na de eerste twaalf maanden dienst. U moet weten dat we binnen gingen toen de dienstplicht 24 maanden bedroeg. Achteraf bleven wij 21 maanden onder de wapens.
Maar verder in 1952. In augustus was ik weer thuis. Onze broer Paul huwde in augustus met Helene Veulemans. En ik kreeg hiervoor verlof.
Tijdens de overige andere verlofdagen ging ik bij mijn patron in Hoegaarden werken. Alzo had ik toch weer wat geld om de volgende periode in Duitsland door te geraken.

In de herfst van 1952 waren er ook NAVO manoeuvers. Niet ver van Keulen . In open velden stelden we onze stukken op. Overdag lagen we uren en uren bij onze stukken. We hadden geluk, buiten heerste er een temperatuur van om en bij de 30°, lekker zonnen was dat.
Duitsers waren verzot op belgische koffie. Dus maar koffie meenemen bij onze terugkeer. Ook sigaretten waren bijzonder in trek. Ik heb ”sloffen” en nog eens sloffen verkocht. Ieder militair kreeg maandelijks een aantal sloffen aan ongeveer 4 fr het pakje. Duitsers gaven tot 1,30 duitse mark voor een pakje. Winst:c.a.10Bfr /pak. Onze gedragen klederen lieten we wassen door mensen van het dorp, soms ook voor wat koffie of sigaretten.
Uitstapjes deden wij steeds naar Keulen. Keulen droeg nog zichtbaar de sporen van de 2e wereldoorlog. Hele straten plat door de bombardementen. Alles stukgegooid rond de “Dom”, die als bij wonder te midden van deze chaos overeind was gebleven. Bruggen over de Rijn kaput. Noodbruggen overspanden de stroom. Achteraf bekeken is de wederopbouw toch snel hervat. Stel je voor: Dit land was toch verschrikkelijk getroffen. Buiten de stoffelijke schade was ook de dramatiek. Welk leed veroorzaakte het conflict niet, niet alleen bij de rest van Europa maar ook daar in Duitsland zelve, geen enkele familie zonder slachtoffer of gesneuvelde aan het front
En het leven gaat verder.

Ook de natuur blijft van grillen houden. Op 31 januari 1953 wordt Zuid-Nederland getroffen door watersnood. Hele gebieden stromen onder tengevolge van dijkbreuken. Hierna besluit men te beginnen met dertig jaar durende “Deltaplan”, waarbij dammen worden gebouwd om de stormvloed te keren.
Ons moeder meldde me dat er ook in het binnenland grote problemen ontstaan waren. Rivieren zoals de Grote Gete traden buiten hun oevers op gevoelige plaatsen.
Bij ons in Duitsland was daarover niets te merken.
En zo gleden de dagen voorbij. In 1953 moesten we in Elsenborn op oefening. Barre sneeuwellende waarbij onze stukken dag na dag ondersneeuwden. En later, voor de tweede maal naar Den Helder voor schietoefeningen.
We begonnen stilaan af te tellen. Hoe meer we naar december verlangden, hoe langer de dagen en weken bleken. Plots kwam het nieuws dat we mochten afzwaaien voor Kerstmis. We vonden de minister van defensie Moyersoen nen toffe gast. Normaal moesten we nog tot 31 december dienen. Heuglijk nieuws was dat, ik was er niet treurig om. En toch was ik in mijn binnenste blij dat ik het allemaal had meegemaakt.