zaterdag 31 juli 2010

Désirée



Tijdens onze trip naar Noorwegen kwam één naam elke dag wel eens ter sprake: Desirée...
"Desirée" van Annemarie Selenko, is het boek dat mijn teergeliefde wel duzend keer gelezen heeft. Ze kent het, denk ik, glad van buiten en nu in Noorwegen waren er vele gelegenheden om er uit te vertellen.
Het boek is het geromantiseerde verhaal van Bernhardine Eugénie Désirée Clary. Ze was ooit de verloofde van Napoleon Bonaparte en trouwde uiteindelijk met Jean-Baptiste Bernadotte, een vriend van Napoleon, die later gevraagd werd om koning van Zweden te worden. Noorwegen werd pas in 1905 onafhankelijk. Désirée is, koningin van zweden zijnde, de over...grootmoeder van de schone Astrid, de populaire gemalin van Leopold III.

donderdag 29 juli 2010

Foto's Noorwegen



Hier de foto's van onze trip naar Noorwegen.

zondag 27 juni 2010

Foto's van het feest op 27-6-2010


Foto's van de Gouden Bruiloft van ons moeder en vader kan je hier bekijken.

dinsdag 22 juni 2010

speech op het feest 27-6-2010

Ann Christy zingt:

Men zegt van liefde dat ze zacht is
Als een lief en teder woord



Liefde is een talent. Net als tekenen. Je kan het of je kan het niet. En die van ons kunnen het! Kijk: 50 jaar is niet niks...Er wordt gefluisterd: ze hielden het zo lang vol met elkaar omdat ze niet beter konden krijgen, maar dat zijn grove leugens.

Nu zijn er altijd mensen die zeggen iedereen kan tekenen. Dat ze het dan maar eens tonen zeg ik.

Liefde is toewijding. Omgaan met je talent voor liefde, net als duurlopen. Niet iedereen is het gegeven een marathon te lopen. Daar moet je voor trainen. Niet dat ons vader bijvoorbeeld veel getraind heeft. Ik denk zelfs dat ons moeder de allereerste was. Maar ons moeder heeft WEL getraind, als je al haar verhalen mag geloven. Ze leerde dansen van haar pa PAKE, zo ging dat in die tijd, en bezocht de bals en kermisfeesten van het dorp. Zedig, dat wel, maar ze heeft gefeest en genoten. Het enige probleem was dat er soms toch mannen te kort bij kwamen tijdens het dansen en dan kon je hun engelse sleutel voelen die ze vreemd genoeg nog steeds op zak hadden. Nee, ons moeder kwam beslagen op het ijs toen ze ons vader tegenkwam.

50 jaar huwelijk is 50 jaar toewijding. Als ik zie hoe onze vader omging met ons ma in de periode dat ze in het ziekenhuis lag door de problemen met haar knieprothese. Dat is zuivere toewijding.

Als ik aan toewijding denk denk ik ook aan aan jezelf werken: een fijn recept voor een geslaagde relatie en leven is het volgende gebod :"Gij zult iets te doen hebben!" of anders gezegd "Wees ergens goed in". Het is gemakkelijk respect te hebben voor iemand als die ergens goed in is. Ons moeder is bijvoorbeeld achteraf beschouwd echt wel onze eigenste Jamie Oliver. Zij leerde het koken samen met haar Frans bij haar werkgever in Brussel. De familie van een begoed Industriëel waar de wereld voor haar openging. Als je er in opgroeit heeft dat niets te betekenen maar eens je aan het vergelijken gaat en eens kunt kijken wat overal elders de pot schaft dan weet je het wel. Wij hebben mij daar toch even het geluk gehad zo een lekkere kokkin in huis te hebben gehad.

Over ons vader zijn talenten hoeven we niet uit te wijden. Iedereen weet dat hij in hart en nieren een kunstenaar is. Die kunstenaar kende een tweede jeugd na zijn pensioen toen hij weer actief zijn talenten ging bijschaven door te pottenbakken, te aquarellen en te etsen...Maar kunstenaar is hij pas echt in zijn ziel. Ik ken niemand die zo een schone ziel heeft als hij. Hij veroordeelt niet, hij laat met zachtheid begaan en ziet dat het goed is...

Liefde is teamwork. Je doet het samen. Hoe dan ook samen, want liefde alleen is eigenliefde. Op je eentje zal er geen enkel spermacelletje een eicelletje tegenkomen om de mooie cyclus van het leven aan te gang te houden. Het zaad is niet op de rotsen gevallen weet je nog wel? We zitten samen in de boot. Dan kun je dus maar beter iets doen om die boot zo goed mogelijk vooruit te helpen. Maar denk er aan: er moet altijd een leider zijn: Men are the head of the family, women are the neck. Wherever the neck turns, the head follows...

Liefde is weggeven. Je geeft maar en je geeft maar. Je hele hebben en houden. Handenvol geld, energie en aandacht. Elk kind kost een huis zegt men wel eens. Die ouders van ons zullen ons qua goederen niet veel nalaten maar kijk eens wat voor moois ze achterlaten. Onszelf. Ze hadden ONS. Een kind is niet alleen een huis het is een huis dat zichzelf verbouwt en vernieuwt. En daarna zelf aan het geven kan beginnen. Liefde is dus geven en niet nemen zoals in het volgende verhaal: Ons moeder vertelde ons van een voorval op haar trouwfeest. Het was toen nog de gewoonte de tafels te voorzien van een voorraadje rookwaren. Toen zowat iedereen naar huis was deed grootmoeder alle tafels aan om de overschotten in haar tas te gooien en mee naar huis te nemen, terwijl ze toch betaald waren door ons ma en pa. We make a living by what we get, we make a life by what we give...

Nee, dan ons moeder: Zo kwam er vroeger regelmatig een nogal rafelige, zielige vertegenwoordiger langs van één of andere verffirma. Die kwam altijd overdag, terwijl hij wist dat pa dan niet thuis was. En dan kreeg hij soep met een broodje van ons ma precies zoals ze dat ook met een verloren gelopen kat zou doen.

Liefde is lachen. Met elkaar en om elkaar. We hebben wat afgelachen met z'n allen. Ons moeder nam meer dan eens het voortouw in scherts en onzedige grapjes. Tot onze vader er een rode nek van kreeg. Ons moeder gebruikte woorden waar zelfs Kabouter Wesley zou van blozen.

Als teken van liefde en genegenheid vond onze pa regelmatig tekeningen tussen zijn boterhammetjes met daarop blote ventjes met grote plassende piemels. Nog een geluk dat onze pa geen collega's had.

Ze schepte er bijvoorbeeld ook een sardonisch genoegen in haar vals gebit uit te doen en op het onverwacht breed naar onze pa te glimlachen aan tafel. Hij zag daar dus absoluut niet de humor van in...Wij wel!

Ook haar versie van "Strangers in the night" zal mij altijd bij blijven. Dit werd door haar vrij vertaald gezongen als "stronten in de nacht"...

Maar wij deden niet onder voor haar hoor. Zeker Hans en ik niet. Op een avond toen iedereen al naar boven was zetten we eens de hoofdschakelaar van de stroom af. Pa kwam met zijn kaarsje naar beneden in zijn pijama en zette de stroom weer aan. Grote verrassing: Hans en ik hadden ondertussen alle lichten aangedaan en alle radio's op het hoogste volume gezet. Feestje!

Liefde is praten. Com-mu-ni-ce-ren... Dat is iets wat we bij ons thuis nooit hebben afgeleerd. Er werd altijd gepraat. Zelden over koetjes en kalfjes. Des te meer over de wereld, de sterren en planeten, molecules, sterfelijkheid en menselijke onzekerheden...Op het moment dat ik als puber mijn ongeloof belijdde en niet meer ter kerke wilde gaan zorgde dat voor een zeldzaam moment van oplopend conflict maar er kwam discussie van. Openlijke discussie over de zin en de onzin van geloof en kerkelijkheid...

Ik wil eindigen met een platitude. Men zegt wel eens dat het tegengestelde van liefde, haat is, maar iedereen weet dat het eigenlijk onverschilligheid is. Dat is de hel. Als de liefde de hemel is, dan is de hel onverschilligheid. Een mentaliteit van het maakt allemaal niet uit. Op het moment dat het niet meer uitmaakt of je iets goed doet of iets slechts houdt het leven op. Ik wil maar zeggen. Al wat ons menselijk maakt is niet ons verstand, maar ons vermogen om lief te hebben. Het is de liefde die de kiem is van de moraal, het goede en het kwade. Daarzonder is het leven een hel. En nu komt het pas: de liefde zit ons in de genen net zoals het vermogen een taal te leren ook bij ons erfelijk materiaal hoort. Maar het is wel je opvoeding die je op de juiste manier leert liefhebben. Op een respectvolle, aandachtige manier liefhebben. Dat hebben jullie ons hebben voorgedaan, dat is het wat ik van jullie heb geleerd, daarvoor wil ik jullie danken.

maandag 21 juni 2010

Rodin of Claudel

Op de tentoonstelling van Gustave Van de Woestijne die ik samen met mijn oude vriend Claude bezocht hadden we een kort gesprek over het niveau van het werk van Camille Claudel vergeleken met dat van Rodin.
Claude was naar Gent gekomen speciaal voor het concert van ons koor: "Adieu my Native Shore" rond de Engelse Romantiek. Hij bezoekt mij wel regelmatig eens in de winkel als hij voor het werk in Gent moet zijn. Dus vervreemden zit er niet in. Claude is een trouwe vriend die, hoe ver hij ook woont, geen kans onbenut laat om de banden aan te halen. Het is trouwens hij die in het verleden meer dan één keer het initiatief nam om met de oud-studenten van het Horama eens samen te komen voor een etentje.
Dus kwam hij nu voor het concert naar Gent. Vermits we al langer het plan hadden om samen eens een tentoonstelling te doen kozen we voor die van Gustave Van de Woestijne, die op haar laatste benen liep.
Na het bezoek van de tentoonstelling liepen we nog even rond in de rest van het museum en kwamen zo de kop van Pierre de Wissant tegen van Rodin, die zich achterin het museum bevind, in de ronde galerij. Claude had eens een overzicht gezien van Camille Claudel, en zei dat hij haar werk eigenlijk beter vond dan dat van Rodin. Voilà. Deze discussie had in nog al eens gehad. Vlak na de film over Camille Claudel uit 1988 waren er zo ook wel wat mensen die dat vonden. Ik kan daar dus niet inkomen he... Ik vind dus het volgende: je moet persoonlijke ressentimenten en feiten over het leven van een kunstenaar los zien van wat hij maakt. DAT is het wat blijft, dat is het enige wat telt, zijn materieel voelbare maaksels. Rodin was waarschijnlijk een rotte scheefpoeper in relatie tot Claudel, maar dat weerhield hem er niet van tijdens en na zijn leven een moderne Michelangelo te zijn, een reus die de beeldhouwkunst voorgoed veranderde en haar tot de zijne maakte. Het is net zoals met Picasso, die had daar trouwens ook een duidelijke mening over. De kunstenaar is een vernietiger, hij maakt het onderwerp dat hij uitbeeldt kapot. Als hij een naakte vrouw schildert dan zal hij het onderwerp op een respectloze manier minimaliseren en haar bestaan ontkennen. Met bestaan bedoel ik dus existentie, gevoeligheden, vlees, echt menselijk leven. Het kunstwerk gaat daar aan voorbij. Het is een constructie die over de kunstenaar gaat, ZIJN inzichten, technische vonsten, kennis en kunde...
Vrouwen die met dergelijke monsters in aanraking kwamen hebben dat tot hun schade en schande kunnen vaststellen. Maar deze vaststelling maakt niet dat ze dan ook grote kunstenaars worden.

zaterdag 27 maart 2010

vrijdag 26 maart 2010

Jef Ogiers


Joris:
"Onze Jef, twee jaar ouder dan ik zelf, was tijdens onze jeugd een eerste deugniet en ook dikwijls de pechvogel. Als er iets mispeuterd was was hij natuurlijk verdachte nummer één. Ik zelf heb daar nooit van geprofiteerd.

Op een mooie zomerdag, kwam hij aandraven met een pakje sigaretten Groene St Michel. Ik weet nog altijd niet hoe hij er aan gekomen is. We hadden toen nog geen zakgeld. En niemand was roker thuis.

Hij lokte me mee naar onze geliefde plek aan de Wingerbeek in Winge. Achter struikgewas konden we ongemerkt er lustig op los roken.

De gevolgen echter waren desastreus. Met een maag die protesteerde en geweldig tekeer ging en met een gezichtje dat vaalgeel kleurde van de misselijkheid dropen we al waggelend huiswaarts. Maar het meest erge moest nog komen. Ons ma, niet van gisteren, wist al gauw waar het schoentje neep. Blijkbaar waren we vergeten dat tabaksgeur ook in de kleren kruipt en ook je vingers bruin kleurde.

Ik hoor haar nog zeggen: ”wacht stouterikken, dit zeg ik aan pa.”. Ze zei dit nogaleens, maar ze deed het nooit. Maar ze deden wel hun effect die woorden en ze waren voldoende om het in je broek te doen van schrik als de naam van pa maar weerklonk.

Na ons gefouilleerd te hebben kwamen uit de zakken verwrongen rookstokjes tussen uitgedroogde tabak, knikkers een eikel en stof en veel zand of wat zit er nog allemaal in zo’n broekzakken...naarboven. Kortom, de bewijzen waren er. Als straf moesten we natuurlijk op ons knieen in de hoek en zweren nooit of nooit meer met dit soort praktijken te herbeginnen...

Zo groeiden we samen op, we deden samen onze plechtige communie, we werden samen misdienaar. Er is eens iets geweest met een fles miswijn. En de koster, in de sacristie de baas, ontdekte het geslurp aan de fles. Maar ja, ’t is waar ook, ik had beloofd de dader niet aan te wijzen en niet klikken.

In de gemeenteschool in Winge. Werden in oorlogstijd vitamienen aan de schoolgaande jeugd uitgereikt. Grote blikken dozen met de ronde pastillen, want zo zagen die rozekleurige vitamienen eruit, werden door een aangeduide leerling naar naburige klaslokalen gebracht. Tot een onbekende hand de doos indook en die hand welgevuld met pastilles in een broekzakje verdween. “ Oh ramp, Vitamienen tekort voor de volgende klas. “ Er moest een schuldige gevonden worden”. Met de vraag; “WIE HEEFT DE VITAMIENEN NAAR DIE KLAS GEDRAGEN? “ Het antwoord kwam er, maar ik had toch beloofd niet te klikken.

Knapen worden groter. En ik groeide sneller dan mijn broer. Dus,oorlogstijd betekent, niets verloren laten gaan. En de kleineren moesten de kleren van groteren verder verslijten.

Van mijn twaalfde had een enorme scheut gekregen. En ik werd dus groter dan Jef.

Die klederen verder afdragen zinde hem niet en meermaals was hierom groot dispuut en geween en geknars der tanden.

Jef was ook overal een graag geziene figuur. Zijn lijden weglachend, af en toe een kwinkslag en al eens een straffe mop: waren zijn handelsmerk en maakten van hem een gezellig iemand; Zijn kinderen en kleinkinderen waren zijn God. Hijhad er steeds de mond van vol.

Beste Jef, op 19 maart vierde men St- Jozef Uw patroonheilige. En patroon van een zachte dood. U bent zacht en in vrede mogen inslapen. "